De overgang van privé naar openbaar
De gevel is cruciaal in de overgang van privé naar openbaar, hij bepaalt in hoeverre de activiteiten binnen zich naar buiten laten kennen. Raam- en deuropeningen bieden de mogelijkheid om contact te hebben, over en weer, naar binnen en naar buiten. Daarbij blijkt ook de precieze wijze van vormgeving van die openingen, en ook de ‘opmaak’ (de materialen en kleuren) van de gevel, talloze boodschappen af te geven die ofwel met plezier of met weerzin ontvangen worden.
Omgangsvormen
Het zijn details en vormen van een gebouw die we ‘omgangsvormen’ zouden kunnen noemen. We vinden dat een toepasselijk woord omdat het ook werkelijk om vormen gaat. Er is een vergelijking te maken met kleding en make-up. Ook daar wordt met vele interessante details, lagen en soorten stof naar believen veel verstopt, juist blootgegeven of benadrukt. De buitenstaander of bezoeker is aan omgangsvormen gewend, weet waar hij of zij zich aan moet houden, kan aan de kleding of de gevel zien in hoeverre nadere confrontaties gewenst of ongewenst zijn.
De luiken of blinden zijn een voorbeeld van zo’n boodschap: luiken dicht is een duidelijk teken van ‘niet thuis geven’ voor de buitenwereld.
Een heel groot raam, zonder onderbreking met stijlen, regels of raamroeden, geeft het interieur bloot. In een woonhuis met zo’n raam direct aan de straat, worden al heel snel luxaflex of vitrage opgehangen. Daarentegen werkt een onderverdeling in een raam met stijlen en regels, of met raamroeden, als de voile voor een gezicht: je moet als buitenstaander enige moeite doen om het gezicht erachter te herkennen. Daarom heeft een winkelruimte wel grote ramen: de winkelier wil zijn zaken graag aan de man brengen.
Niet alleen de grootte van ramen geeft een signaal af, maar ook de positie van dat raam in de gevel. Het verdiept liggen van een raamkozijn in de buitengevel benadrukt het raam ten opzichte van de gevel, het attendeert de buitenstaander op de raamopening en laat de bezoeker als het ware een beetje binnen. Anders dan bijvoorbeeld een raam in de TGV waarvan de rand zo glad mogelijk is gedetailleerd, bijna afstotend en onpersoonlijk. Vlak langs de trein kijkend zie je de openingen niet.
Nog veel meer dan bij ramen komt de plek van contact tussen buiten- en binnenwereld, het tegemoet treden van de bezoeker, tot uitdrukking bij de voordeur. Bij de meeste nieuwbouw woningen is dit een dicht vlak met misschien een klein venstertje, waardoor de buitenstaander niet direct ziet wat er aan de privé-zijde gebeurt. Maar een luifel boven de voordeur, een stoepje of misschien zelfs een luifeltje op pilaren maakt dat voor de voordeur eigenlijk al een eerste ontvangstruimte aanwezig is. Versterkt door opvallend kozijnwerk en een geprononceerde baksteenlijst nodigt het de bezoeker uit en zorgt dat de eerste stap in het privédomein wordt gemaakt.
Associatieve vormen
In deze omgangsvormen van de gevel is, net als in gedrag van mensen zelf en in kleding, in de loop van de eeuwen in Europa een traditie ontstaan die we ons inziens met rede tijdloos kunnen noemen. Op deze tijdloze vormgeving werd eindeloos gevarieerd tot aan de komst van de moderne architectuur halverwege de vorige eeuw. Waar de vroege modernen zoals Oud en Duiker zich nog bedienden van de genoemde omgangsvormen in een werkelijk nieuwe stijl, worden in de wat men noemt eigentijdse architectuur veel van deze associatieve vormen vergeten of wordt de associatie met een tegengestelde vormgeving geprovoceerd.
De omgangsvormen van de gevel bepalen voor een belangrijk deel het beeld en het karakter van stedelijke ruimten. De buitenstaander of bezoeker weet op basis van de omgangsvormen waar hij of zij zich aan moet houden, kan aan de gevel zien in hoeverre nadere confrontaties gewenst of ongewenst zijn. Door het zorgvuldig vormgeven van gevels en het bewustzijn van de omgangsvormen kan sturing gegeven worden aan het beeld van de stedenbouw dat aansluit bij de associaties van mensen in hun gedrag en beleving.
